Wethouder Peter Verschuren

Wethouder Peter Verschuren

Terug naar: Langs de meetlat

In deze rubriek leggen we alle wethouders Jeugd van de provincie Groningen 'langs de (transformatie)meetlat'. Deze keer Peter Verschuren, wethouder in Midden-Groningen.

Langs de Meetlat - Peter Verschuren, gemeente Midden-Groningen

Portefeuille: jeugd, werk & inkomen, energietransitie en duurzaamheid

1. Staat het belang van de jeugdige voorop?
‘Ik denk het wel. De casemanagers van de sociale teams zetten absoluut het belang van de jongere voorop. Alhoewel ik denk dat we dat vaak ook invullen. Dat we handelen vanuit wat wij denken dat in het belang is van jongeren. Misschien zouden we dat nog nadrukkelijker aan henzelf moeten vragen. Als gemeente maken we keuzes waarvan je je ook kunt afvragen of die altijd in het belang zijn van jongeren. Zo willen we meer kaders gaan aanleggen voor de casemanagers. Of dat altijd in het directe belang is van jongeren weet ik niet. Huiswerkbegeleiding op school? Dat doen we in principe niet meer. Deels is dat financieel gedreven, deels komt dat voort uit onze visie op het sociaal domein. Als gemeente willen we de eigen kracht van inwoners versterken en niet alles voor hen regelen. Dus uiteindelijk staat het belang van de jongere wel degelijk voorop, maar dat wordt misschien op de korte termijn niet altijd zo gevoeld.’

2. Zijn jeugdigen en ouders actief betrokken?
‘Er moet altijd een gezinsplan aan de basis van de hulpverlening liggen. Idealiter wordt dat plan opgesteld met de jongeren en zijn of haar ouders. In de praktijk zijn het toch vaak nog de hulpverleners die het plan schrijven.’

3. Draagt het bij aan minder regeldruk voor professionals?
‘Ik hoop het. De casemanagers hebben veel ruimte om te doen wat zij denken dat nodig is in een bepaalde situatie. Anderzijds zijn jeugdprofessionals bang om fouten te maken of dingen over het hoofd te zien. Ik snap dat want ze zijn zich bewust van alle ogen die op hen gericht zijn. Maar laten we uitkijken dat we niet doorslaan in het werken met protocollen en verantwoordingssystemen.’

4. Draagt het bij aan de versterking van eigen kracht en verantwoordelijkheid van jeugdige en/of ouders?
‘In onze strategische visie, getiteld Sociale veerkracht in de praktijk, zetten we in op de veerkracht in de samenleving. Daar zijn we naar op zoek. We willen de eigen kracht van gezinnen versterken en streven naar samenredzaamheid. Dat vraagt een leerproces van inwoners, van hulp- en dienstverleners en bestuurders. Ik hoop dat we daar de komende periode stappen in kunnen zetten met onder meer Eigen-krachtconferenties en het ondersteunen van de informele netwerken rond gezinnen.’

5. Draagt het bij aan normaliseren en ontzorgen?
‘Normaliseren is het streven, maar dat gebeurt nog veel te weinig. We zijn zo gewend geraakt om te problematiseren en te medicaliseren. En we zijn ook zo geneigd om een situatie of systeem te beoordelen vanuit onze eigen waarden. Soms is een (gezins)situatie gewoon okay ook al zouden wij hem graag anders zien.’

6. Draagt het bij aan een betere samenwerking: 1 gezin, 1 plan, 1 regisseur?
‘Nee, daar zijn we helaas nog lang niet. We zijn echt goed bezig, weten elkaar steeds beter te vinden. De integrale samenwerking in de sociale teams krijgt steeds meer vorm. Het is echter nodig dat de angst en het wantrouwen verdwijnen. Angst bij ouders dat hun kind hen zal worden afgenomen, angst bij hulpverleners om los te laten. Wantrouwen tussen ouders en professionals en tussen professionals onderling. Ook de systemen zitten echte samenwerking soms in de weg. Sommige gezinnen hebben met zoveel hulpverleners te maken: huisartsen, casemanagers, gezinsvoogden en iedere beroepsgroep heeft eigen bevoegdheden en verantwoordelijkheden. Laten we daar met elkaar kritisch naar kijken.’

7. Draagt het bij aan jeugdhulp dichterbij (t)huis?
‘Als ik zie dat het aantal verzoeken voor een beschermingsonderzoek bij de Raad voor de Kinderbescherming elk jaar hoger ligt dan vóór de decentralisatie, moet ik helaas constateren dat we op dit punt nog een wereld te winnen hebben. Hoe voorkomen we dat het zo uit de hand loopt?’

8. Is er sprake van de juiste zorg op het juiste moment, ook voor de complexe doelgroep?
‘Ik denk dat we voor een grote groep jeugdigen goed bezig zijn. Voor heel specifieke situaties blijft het moeilijk om het juiste aanbod te vinden. Soms denk ik dat we voor multi-problemgezinnen beter terug zouden kunnen gaan naar de specialistische gezinsverzorgende. Iemand die meedraait in het huishouden en de gezinsleden ondersteunt. Die er ook op toeziet dat een kind gewassen en met een gevulde maag naar school gaat. Heel praktische hulp, misschien bereik je daar wel meer mee dan het systeem te willen veranderen.’

9. Draagt het bij aan kostenbeheersing?
‘Er moet op dit moment nog steeds veel geld bij. We hadden over 2018 een tekort van 7,3 miljoen alleen al op de jeugdhulp. Nu weet ik dat je creatief wordt van geldgebrek en dat het goed is om kritisch te kijken naar wat je waarom en waaraan uitgeeft, maar dit is te gek. We overwegen in dit kader voor sommige vormen van hulp een subsidierelatie aan te gaan met enkele jeugdhulpaanbieders in plaats van de hulp via de RIGG in te kopen. En ja, ik weet dat we daarmee de keuzevrijheid van ouders, casemanagers en andere professionals beperken, maar we zúllen wat moeten veranderen.’

Delen Delen

Actueel

Kom in contact

  • Raadhuisplein 10
  • 9751 AN Haren
  • Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

    • 06-37608266

Copyright © 2020 Transformatie Jeugdhulp Groningen. Realisatie: Internetbureau Praes.