Wethouder Bard Boon

Wethouder Bard Boon

Bard BoonTerug naar: Langs de meetlat

In deze rubriek leggen we alle wethouders Jeugd van de provincie Groningen 'langs de (transformatie)meetlat'. Deze keer Bard Boon, wethouder van de gemeente Oldambt.

Portefeuille: onder meer Gezondheidszorg, Integraal jeugdbeleid, Jeugdzorg, Onderwijs

1. Staat het belang van de jeugdige voorop?
‘De vraag stellen, is ‘m beantwoorden. Alles wat wij doen heeft tot doel jongeren een zo goed mogelijke toekomst te geven. Om dat te bereiken opereren we heel breed. Een mooi voorbeeld is ons Onderwijszorgcentrum (OZC) De Stuwe. Hierin werken meerdere scholen samen met hulpaanbieders en leerplicht. Door hulp en onderwijs te verbinden, hebben we een breed aanbod voor kwetsbare jongeren.

‘Recent heeft de gemeenteraad groen licht gegeven om 400.000 euro te investeren in de Werkagenda voor de jeugd. We willen onder meer sneller kunnen indiceren en hebben daarvoor dus meer mensen nodig. Daarnaast zullen er Ondersteuners Jeugd en Gezin (OJG’ers) worden ingezet in de huisartsenpraktijken. Zij kunnen de huisartsen ontlasten door in gesprek te gaan met ouders en kinderen. De verwachting is dat dit zal leiden tot minder verwijzingen naar de zwaardere jeugdhulp.

‘We hebben er bewust voor gekozen alle jeugdconsulenten in dienst te nemen. Bij de start van het CJG waren zij nog werkzaam voor verschillende instellingen. Medewerkers namen de regels en protocollen van de moederorganisatie mee. Logisch, maar niet praktisch. Nu ze allemaal werken voor de gemeente, werken ze vanuit een gemeenschappelijke visie. Dat komt jongeren en gezinnen ten goede.’

2. Zijn jeugdigen en ouders actief betrokken?
‘Ouders zijn eigenaar van het dossier van hun kind, tenzij een kind uit de ouderlijke macht is ontzet. Jeugdconsulenten gaan altijd in gesprek met ouders én kinderen. Opvallend is dat het vaak de problemen van of met kinderen zijn waarvoor hulp gevraagd wordt, maar dat er veel meer aan de hand is in een gezin. Armoede, schulden, een vechtscheiding; allemaal omstandigheden die stress met zich meebrengen en kinderen in de problemen kunnen brengen. Het is zaak het kind te helpen, maar we moeten ook naar het geheel kijken.’

3. Draagt het bij aan minder regeldruk voor professionals?
‘Dat willen we wel. Ik zie echter dat gecertificeerde instellingen uit het oogpunt van veiligheid met veel regels en protocollen werken. Professionals zijn bang zaken over het hoofd te zien en daarop afgerekend te worden. Binnen de gemeente en tussen afdelingen proberen we wel de druk te verminderen. De privacywetgeving staat daarbij helaas soms in de weg. Het feit dat gegevens niet mogen worden uitgewisseld, maakt het voor professionals ingewikkeld.

‘Ik wil benadrukken dat ik als bestuurder achter mijn mensen sta als zij keuzes maken in het belang van jeugdigen. Uiteraard moeten ze kunnen uitleggen waarom ze doen wat ze doen, maar daarin mogen ze wel de grenzen opzoeken.’

4. Draagt het bij aan de versterking van eigen kracht en verantwoordelijkheid van jeugdige en/of ouders?
‘Dat zou ik willen, maar ik weet niet of dat zo is. Natuurlijk is de start van elke casus te onderzoeken wat mensen zelf kunnen. Te kijken naar het netwerk en naar wie uit de eigen omgeving kunnen bijspringen en bijdragen. De problematiek is soms echter zo groot, dat ik al blij ben als we de situatie kunnen stabiliseren. Er kan eenvoudig geen beroep gedaan worden op de eigen kracht van het gezin omdat die er niet is. Dat doorbreken is heel lastig, vaak gaat het om problematiek die van generatie op generatie wordt doorgegeven.’

5. Draagt het bij aan normaliseren en ontzorgen?
‘Ik hoop dat heel erg. We zijn nu een aantal jaren bezig en pas over langere tijd kunnen we zien of het lukt om echt te normaliseren en ontzorgen. We zetten wel stappen in die richting. De OJG’ers zijn daarvan een mooi voorbeeld. Ik denk dat zij kunnen helpen voorkomen dat problemen escaleren.’

‘Op een van onze basisscholen draait de pilot Vraag maar raak. We hebben daarvoor twee moeders die zelf ooit in de problemen zaten, aangesteld bij onze welzijnsorganisatie. Zij lopen rond op school en geven hun oren en ogen de kost. Ze stappen op ouders af als ze problemen bij een kind signaleren of verwachten dat er problemen zullen ontstaan. Andersom komen ouders naar de moeders toe met vragen. Dit is een heel laagdrempelige vorm van hulp waarvan we hopen dat het zwaardere zorg zal helpen voorkomen.’

6. Draagt het bij aan een betere samenwerking: 1 gezin, 1 plan, 1 regisseur?
‘Dat lukt binnen de gemeente steeds beter. Alle medewerkers van de afdelingen WMO, Jeugd en Onderwijs zitten op dezelfde gang. Ze lopen makkelijk bij elkaar binnen en kunnen snel schakelen. Omdat er in gezinnen vaak meer aan de hand is dan het probleem van het kind, zou ik graag willen werken met gezinsindicaties. Dan betekent dat we nog meer moeten ontschotten zodat we integrale hulp kunnen bieden vanuit de verschillende domeinen. Dan komen er vanzelf ook minder mensen bij een gezin over de vloer.

7. Draagt het bij aan jeugdhulp dichterbij (t)huis?
‘Als ik kijk naar de samenwerking tussen onderwijs, jeugdhulp en bijvoorbeeld leerplicht dan denk ik dat we daar steeds beter in slagen. Sinds we OZC De Stuwe hebben ingericht hoeven kinderen niet meer in busjes naar de andere kant van de provincie. Wel zorgelijk is het dat er nu uit de hele gemeente, die zeer uitgestrekt is, kinderen naar De Stuwe komen. We hebben in inmiddels zelfs weer een wachtlijst. Het lukt dus helaas nog niet om op alle scholen in de dorpen passend onderwijs vorm te geven.’

8. Is er sprake van de juiste zorg op het juiste moment, ook voor de complexe doelgroep?
‘Dat hoop ik en dat is ook het streven. Toch moeten we achteraf soms helaas constateren dat de hulp te licht of te zwaar was of te laat kwam. Het lukt dus niet altijd.’

9. Draagt het bij aan kostenbeheersing?
‘We hebben een tekort van 4 miljoen en dat is precies het bedrag dat bij de invoering van de transities op het budget gekort is door het Rijk. Natuurlijk kijken we hoe dingen goedkoper kunnen. Zo vraag ik me af of huiswerkbegeleiding en dyslexiehulp door de gemeente betaald moet worden. Maar ook al worden we kritischer en kunnen we besparen door meer preventief te werken, ik heb niet de illusie dat dat 4 miljoen gaat opleveren.

‘Ik denk dat alles wat we nu investeren, zich op termijn zal terugbetalen. Het blijft lastig om hulp en kosten met elkaar te vergelijken. Kinderen hebben recht op goede zorg en dat mag wat kosten. Maar als het voor minder kan, graag!’

Delen Delen

Kom in contact

  • Raadhuisplein 10
  • 9751 AN Haren
  • Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

    • 06-37608266

Copyright © 2020 Transformatie Jeugdhulp Groningen. Realisatie: Internetbureau Praes.