Voorliggend veld

Voorliggend veld

Anders kijken naar vraagstukken

Versterken van het gewone leven, het voorliggend veld. Het is de ambitie in menig gemeentelijk plan en maakt onlosmakelijk deel uit van de Transformatieagenda Jeugdhulp. Hoe kunnen we onze jongeren op een gezonde, leuke en veilige manier laten opgroeien? Dat is de vraag die gesteld moet worden, zeggen Peter Winkelman en Linda Nugter die gemeenten ondersteunen bij het versterken van het gewone leven.

Nugter en Winkelman maken deel uit van het Ondersteuningsteam Zorg voor de Jeugd. Opdrachtgevers van dit landelijke netwerk zijn het ministerie van VWS, VNG en de jeugdzorgaanbieders die gezamenlijk werken aan het verbeteren van de jeugdhulp.
Nugter: ‘Vanuit ons team kijken we niet alleen naar de jeugdhulp maar ook naar het voorkómen dat kinderen in de jeugdhulp komen. Dat is de focus van Peter en mij. We noemen het zelf versterken van het gewone leven, anderen spreken onder meer van voorliggend veld, voorveld, het opvoedveld. Peter en ik ondersteunen gemeentes om dat lokaal te versterken. Dat doen we ook in Groningen aangezien dit thema nauw verbonden is met de Transformatieagenda.’

Voorliggend veld versus jeugdhulp
‘Er is iets raars aan de hand’, zegt Winkelman, ‘Een krachtig voorveld wordt door alle overheden als cruciaal gezien. Dat staat echter vaak haaks op de keuzes die gemaakt worden. 95 procent van de aandacht, het budget en de menskracht van VWS gaat uit naar de jeugdzorg en 5 procent naar het voorveld. Er wordt verhoudingsgewijs heel weinig in het gewone leven geïnvesteerd.’

Versterken van het voorliggend veld komt vaak in beeld als mogelijkheid om te bezuinigen op de jeugdzorg. Heel vreemd volgens Winkelman, aangezien het twee totaal verschillende dingen zijn: 'Gemeentes willen besparen op de dure jeugdzorg. Die zorg gaat echter maar naar een relatief klein aantal jongeren. Daar kan je vast nog wat op besparen als je strenger selecteert aan de poort, maar daar ga je niet de grote bedragen halen. Een kind dat 24-uurszorg nodig heeft, zal die altijd nodig houden. Dat kan je niet oplossen in het voorveld.’

Nugter: ‘Wij praten over het ondersteunen van gewone kinderen tijdens belangrijke overgangsmomenten in het leven. Bied steun in de normale context, in het gewone leven en blijf weg bij het medicaliseren en problematiseren. Vaak denken mensen dat ze zich daar wel van bewust zijn, maar in de praktijk besparen ze op het voorliggend veld: de zwembaden, bibliotheken, speeltuinen, de buurthuizen. Dat klopt dan dus niet. Het gaat echt om een andere manier van kijken. Het gaat om gezonde jeugd.’

Verandering
Verandering heeft te maken met anders denken en daarnaar handelen, niet met anders doen in dezelfde context als altijd en ook niet met andere structuren, zeggen beiden. Nugter: ‘Gemeentes zijn zich vaak nog niet bewust dat ze anders kunnen kijken naar jeugdzorg en het voorliggend veld. Een mooi voorbeeld waar dat wel gebeurde is de vader met een dochter die slechtziend is en van wie de ogen steeds verder achteruit gaan. School vond dat het kind naar een andere school moest, maar de vader wilde dat zijn dochter in haar sociale context bleef. Hij stelde voor het persoonsgebonden budget van zijn dochter aan de school te geven. De gemeente ging hiermee akkoord en zo kon de school bijvoorbeeld speciale ballen aanschaffen voor de gymles. Het meisje kon de bal namelijk niet zien aankomen waardoor ze hem vaak tegen zich aan kreeg. Nu kon ze gewoon meedoen met de gymles. Uiteindelijk speelde de hele klas met die zachte ballen en vonden de meisjes de balspellen opeens veel leuker omdat het er minder ruig aan toe ging. Dit kind kon op haar eigen school blijven en hoefde niet naar het speciaal onderwijs met speciale voorzieningen. Is dit bezuinigen op de jeugdhulp? Nee, dit is doen wat goed is voor kinderen.’

‘Of neem het voorbeeld uit Veendam, dat in de rubriek Langs de meetlat genoemd wordt door de wethouder. Het kind uit een overbelast gezin dat naar een pleeggezin zou moeten, maar niet wilde. Hij kon in zijn eigen omgeving blijven omdat oma aanbood hem om de week in huis te nemen. Door oma te ondersteunen is de druk nu van de ketel.’

Collectieve investering
Versterken van het gewone leven gaat alle partijen in een gemeente aan, zegt Winkelman. ‘Kijk wat je collectief kunt aanbieden. Neem pesten op school. Het is bekend dat als een leerling verandert van klas of van school, ze in de nieuwe groep uitgeprobeerd en gepest worden. De effecten van pesten kunnen enorm zijn. Als je dat weet dan kun je twee weken van te voren bijvoorbeeld een jongerenwerker uitnodigen die een les geeft over pesten en over groepsvorming. Als de nieuwe leerling binnenkomt is de kans op pesten vele malen kleiner. Dit is een collectieve investering die niet tot doel had jeugdzorg te voorkomen, maar wel leidt tot een klas die goed functioneert en het voorkomen van pesten. Je bent problemen voor. Je kijkt naar wat goed is voor alle jongeren. Als gemeente kun je daar veel in betekenen.’

 

Groninger gemeenten
Winkelman en Nugter werken volgens een veranderstrategie waarin het anders leren kijken naar vraagstukken stap 1 is. Winkelman: ‘De eerste ronde gesprekken met de Groninger gemeenten laat zien dat alle gemeentes het gewone leven willen versterken vanuit het lokale perspectief. Het gewone leven speelt zich lokaal af, is de gedachte.' Dus is de vraag ‘Wat gaan we hier in deze buurt met elkaar doen? Hoe kunnen we onze jongeren op een gezonde, leuke en veilige manier laten opgroeien? Als die vraag gesteld wordt, zijn we op de goede weg.’

Faserin
Hieronder staan de vijf fases die Winkelman en Nugter met de Groninger gemeenten zullen doorlopen. Door de coronacrisis is hierin helaas wat vertraging opgetreden. Wordt vervolgd……

  1. In de eerste fase staat het creëren van een open mind centraal; staan mensen er open voor? Leeft het besef dat we het echt anders gaan doen? En hoe zit het met de intrinsieke motivatie? Het met elkaar willen doen is cruciaal. Anders zijn het alleen woorden en blijven de oplossingen voortkomen vanuit het huidige denkraam. Niets mis mee om altijd te willen verbeteren, maar het zal niet leiden tot een omslag.
  2. In de tweede fase wordt samengewerkt om een gedeelde nieuwe mindset te creëren; het DNA van hoe we het willen. Het versterken van het gewone leven is een kreet die handen en voeten moet krijgen. In deze fase is het gericht op het creëren van een gezamenlijk beeld. Voorbeelden uit de praktijk, verhalen van jongeren, ouders , professionals; en gesprekken tussen de verschillende domeinen heen. Men moet elkaar gaan vinden om te komen tot nieuwe ideeën.
  3. De derde fase gaat om het lanceren van de mindset; deze fase draait om communicatie. Het lanceren van een goed doordacht verhaal moet samengaan met enthousiasme, bestuurlijke steun en het starten van een of meerdere experimenten.
  4. De vierde fase is de fase van het uitvoeren van de experimenten waarbij twee vragen centraal staan: versterkt het experiment het gewone leven van jongeren? En ten tweede wat betekent het experiment voor aanpassingen van en in de bestaande organisaties? Wat moet er aangepast worden en is dat reëel?
  5. Fase 5 tenslotte draait om het besluit het experiment in te regelen. Inregelen betekent dat de organisaties klaar worden gemaakt om het in hun werkprocessen te kunnen uitvoeren waarbij het trainen van de professionals net zo cruciaal is als dat systemen werken. Niets zo frustrerend voor een net opgeleide professional dan zijn of haar werk te moeten doen in een niet aangepaste werkomgeving. Tenslotte is het van belang de feedback van de jongeren, hun ouders en alle betrokken in te regelen om in het vervolg het product te verbeteren.

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Vul een naam in...
Vul een (geldig) e-mailadres in...
Copyright © 2020 Transformatie Jeugdhulp Groningen. Realisatie: Internetbureau Praes.