Deze informatie is van toepassing op inwoners met een EU-nationaliteit zonder Nederlands paspoort.
Uitgangspunten
Dakloze EU-burgers hebben een andere juridische positie dan Nederlandse inwoners. De toegang tot maatschappelijke opvang hangt samen met het verblijfsrecht, de verblijfsduur in Nederland, het arbeidsverleden en de mate waarin iemand in eigen levensonderhoud heeft kunnen voorzien. Bij de beoordeling wordt niet alleen gekeken naar de huidige situatie, maar ook naar het perspectief op werk, inkomen, huisvesting en eventuele terugkeer naar het land van herkomst.
Acties voor medewerkers bij dreigende dakloosheid
- Neem samen met de inwoner contact op met de gemeente van verblijf. De gemeente van verblijf kan verder helpen om dakloosheid te voorkomen
- Onderzoek of dakloosheid voorkomen kan worden door inzet van reguliere ondersteuning.
- Betrek waar nodig Stichting Barka voor ondersteuning rondom werk, huisvesting of terugkeer.
Telefoonnummer: +31628864900 / Mail: groningen@barkanl.org / Website: https://barkanl.org/ - Overweeg samen met de inwoner vroegtijdige afstemming met Wender en/of de Centrale Toegang wanneer sprake is van een verhoogd risico op dakloosheid of een mogelijke opvangvraag.
Telefoonnummer Wender: 088 066 3000
Telefoon Centrale Toegang: Telefoon: 050 367 4200 (optie 3)
Acties voor medewerkers bij acute dakloosheid
- Neem samen of laat de inwoner contact opnemen met Wender voor beoordeling van de acute situatie.
- Adviseer de inwoner zich te melden bij de Centrale Toegang Maatschappelijke Opvang wanneer een onderzoek naar toegang tot maatschappelijke opvang nodig is. Telefoonnummer: 050 367 4200 (optie 3).
- Betrek in afstemming met de inwoner Stichting Barka erbij wanneer ondersteuning richting werk, huisvesting of terugkeer passend lijkt.
Beoordeling toegang tot opvang
Korter dan 3 maanden rechtmatig verblijf: Een EU-burger die korter dan drie maanden in Nederland verblijft, heeft in principe geen recht op gelijke behandeling en daarmee doorgaans geen recht op maatschappelijke opvang.
Tussen 3 maanden en 5 jaar rechtmatig verblijf: Bij verblijf tussen drie maanden en vijf jaar is het recht op opvang niet vanzelfsprekend. Uitgangspunt is dat de inwoner zelfstandig in het eigen levensonderhoud kan voorzien. De situatie wordt daarom individueel beoordeeld. Daarbij wordt gekeken naar:
- de actuele omstandigheden;
- eventuele medische of sociale kwetsbaarheid;
- arbeidsverleden;
- werknemersstatus;
- perspectief op werk en huisvesting;
- mogelijkheden voor terugkeer naar het land van herkomst.
Langer dan 5 jaar rechtmatig verblijf: Een EU-burger met vijf jaar onafgebroken rechtmatig verblijf heeft in beginsel recht op gelijke behandeling met Nederlandse inwoners. In dat geval wordt beoordeeld of toegang tot maatschappelijke opvang passend is op basis van de WMO.